Rudolf Steiner als pedagoog (1)

Antroposofen blinken uit in vaag en wollig taalgebruik. Ook in de antroposofische school heerst een cultuur van zaken niet benoemen. Men kan dit het beste illustreren aan de hand van een voorbeeld uit de lespraktijk. De antroposofische leraar en beheerder van vrijeschoolpedagogie.com, Pieter HA Witvliet, plaatste op een van zijn weblogs een schoolvoorbeeld van wollige pseudowetenschap, gebaseerd op Rudolf Steiner temperamentenleer. Een dergelijk ‘betoog’ mag wel eens van kanttekeningen worden voorzien. Deze zijn in rood toegevoegd.

Rudolf Steiner als pedagoog (1), Pieter HA Witvliet, 30/11/2012 (bron)

EEN CHOLERISCH KIND
Ooit had ik een jongen in de eerste klas die zeer snel boos werd.

Er wordt geen tijdsbepaling weergegeven, wat niet alleen Witvliets teksten typeert, maar ook antroposofische. Het zou dus een sprookje kunnen zijn. Ooit in een ver land…

Hij had iedere dag wel ruzie met andere kinderen en gebruikte snel zijn vuisten om de onmin te beslechten.

Ook gebeurde het dat hij met voorwerpen door de klas smeet. Hij deed alles zeer intens en heftig.

Er wordt een situatie geschetst zonder context. De lezer heeft er het raden naar waarom de jongen met voorwerpen door de klas smeet. Misschien was hij gefrustreerd door het zwakke aanbod aan leerstof, voelde hij zich niet goed bij de leerkracht of was deze laatste niet ervaren genoeg.

Vanuit de optiek: hoe volhardend is hij in wat hij doet (het begrip Stärke) en hoe reageert hij op prikkels van buitenaf (het begrip Erregbarkeit) was hij een voorbeeldige cholericus.

Het kind wordt op basis van slechts twee factoren gecatalogeerd als ‘een voorbeeldige cholericus’. Dit ziet men wel vaker in antroposofische middens. Het kind krijgt een stempel op basis van een pseudowetenschappelijk begrip.

Ik vond het erg moeilijk om met de ontstane situaties om te gaan.

Te weinig ervaring van de leerkracht kan ook een verklaring zijn voor het gedrag van het kind (zie ook opmerking hierboven).

Hoewel ik op mijn opleidingsinstituut voor onderwijzer les kreeg van opgeleide, gekwalificeerde pedagogiedocenten, was ‘het cholerische kind’ niet aan bod gekomen, laat staan hoe je met hem om moet gaan.

Reguliere opleidingen proberen pseudowetenschap buiten te houden. Alleen antroposofen en andere pseudowetenschappers verbazen zich daarover.

Vóór ik werkzaam werd op de vrijeschool, had ik slechts een korte cursus vrijeschoolpedagogie gevolgd waarbij lang niet alles aan bod was gekomen.

Ik besloot een grondige studie te maken van de temperamenten. Nu ik deze iedere dag om mij heen had, gingen praktijk en theorie hand in hand.

Witvliet, en met hem de andere volgelingen van Rudolf Steiner, probeert aan de praktijk af te lezen wat Steiner heeft verkondigd. Het zal geen verbazing wekken dat antroposofen alleen dat willen zien wat Steiner heeft voorzien.

Op zeker ogenblik kwam ik een aanwijzing van Steiner tegen:

Dit op zeker ogenblik is hoogst misleidend, want het wekt de indruk dat het om een toevallige vondst zou gaan. Antroposofen besteden echter een zeer groot deel van hun tijd aan het lezen van Rudolf Steiner. Niet uitzonderlijk dat ze dan ‘op zeker ogenblik’ aanwijzingen tegenkomen. Ze zoeken die. Antroposofen komen te pas en te onpas ‘aanwijzingen’ van Steiner tegen, waarna ze die in de praktijk proberen om te zetten. In feite proberen ze overal linken te leggen tussen wat ze zien in de praktijk en wat in Steiners boeken geschreven staat om dan hard te roepen: ‘Zie je wel!’.

IN DE PRAKTIJK
Die andere aanpak vond ik wel moeilijk. Ik merkte dat ik zelf ook wel wat choleriek had en dat ik geïrriteerd raakte door het gedrag van het kind.

De oproep van Steiner: ‘Je voor de klas nooit ergeren” [2] die ik later tegenkwam, heeft me duidelijk verder geholpen een houding aan te leren waarbij ik, van binnenuit, de rust kon vinden in een situatie waarin het cholerische kind weer een van zijn buien had.

Zoals eerder al aangegeven is niet uitgemaakt of de leraar niet de bron is van het gedrag van het kind. Zeker wanneer de leerkracht zelf een opvliegend karakter heeft, moet dit overwogen worden. Antroposofen volgen de (lok)roep van hun meester, wat in dit geval tot aangeleerd gedrag heeft geleid.

Er volgden in de loop van de jaren nog talrijke uitbarstingen, maar de tussenpozen werden steeds ruimer.

Men ziet wel vaker dat kinderen met de jaren rustiger worden.

Ik probeerde hem met andere aanwijzingen voor het cholerische kind te helpen de negatieve kanten van de choleriek om te zetten in positieve.

Hoewel ik aanvankelijk veel fout had gedaan, leerde ik ook steeds meer.

Dat de leerkracht leert van de kinderen is een van de hoofddoelen van het antroposofische onderwijs. Volgens de antroposofische doctrine zijn leerlingen en leraren karmisch verbonden. Tekenend is dat aanvankelijk veel fout werd gedaan door de leerkracht, maar er gaandeweg geleerd werd. Vraag is waarom dit ‘meer leren’ niet zou zijn gelukt in het reguliere onderwijs? In het reguliere onderwijs worden opvliegende leraren die nog veel te leren hebben weliswaar strenger bijgestuurd dan in het antroposofische onderwijs, waar men de leraren de vrije hand geeft.

Toen ik na 7 jaar afscheid nam van de klas, stond er in het afscheidsboek een briefje van ‘mijn cholericus’ met daarin de woorden: “Bedankt dat U me van mijn boze buien hebt afgeholpen”.

Ik vond het toen en vind dat nu nog, veel te veel eer, maar was er wel heel blij mee.

Dit soort dankbetuigingen worden vaak ingefluisterd door antroposofische ouders die – geheel volgens Steiners leer – hun kinderen verplichten hun opvoeders te eren.  Het zou interessant zijn om te weten hoe het betreffende kind op zijn lagere school terugkijkt. De eerlijkheid gebiedt Witvliet te vermelden dat hij niet alleen afscheid nam van zijn klas, maar ook de school moest verlaten.

Het gaat hierom:
Wanneer een kind woedend is en jij benadert het ook woedend om het te dwingen, te leren, zich te beheersen, roep je eigenlijk, onbeheerst  met veel misbaar: “En ik zal je léren, je te beheersen!!!”

Op deze manier ben je slechts even ver als het kind en dat leert dus niets van je.

Kinderen hebben nood aan authentieke mensen die hun gevoelens durven tonen. Van mensen die zich anders voordoen dan hoe ze zich voelen, leren kinderen enkele en alleen een masker te dragen en hun ware gevoelens te verstoppen achter een gefingeerde brede glimlach.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s