Heemkunde: paddenstoelen zijn planten en te vergelijken met zuigelingen

Recent door een antroposofisch leraar gepubliceerd op vrijeschoolpedagogie.com, maar oorspronkelijk komt deze pseudowetenschap uit het periodiek van de Geert Grooteschool Amsterdam.

Dat antroposofen krampachtig vasthouden aan de leer van hun leider, Rudolf Steiner, is een ding. Dat hun leraren met overheidsgeld Steiners achterhaalde ideeën bij kinderen inlepelen is iets anders.

‘De laagste plant is de paddenstoel, [1] deze bloeit immers niet, heeft geen wortels, stengel, groene bladeren, bloem, vrucht of zaad. De paddenstoel heeft wel veel water, aarde en schaduw nodig en groeit heel dicht bij de grond. De opening van de paddenstoel is naar de aarde gericht, niet naar de zon, in tegenstelling tot de bloei­ende plant. De fijne stof, die uit de hoed van de paddenstoel in de aarde valt, zorgt voor een netwerk van draden. Het stof is vrucht, bloem en stuifmeel tegelijk. We vinden paddenstoelen in alle kleuren, maar het zijn “kleuren van de aarde” en niet van de zon.

De geweldige uitbreiding die bij de boom boven de aarde plaatsvindt, blijft bij de paddenstoel in de grond. De paddenstoel vergelijken we met een zuigeling. Net als deze moet hij gevoed worden en heeft fijne voeding nodig. Beide gebruiken hun kracht om het voedsel te verteren en om te groeien, verder slapen ze.’

Moraliteit

Pieter Witvliet: ‘Als ik kijk naar wat er in de wereld gebeurt, dan hebben we als mensheid een veel grotere moraliteit nodig.
Ik volg ‘de richtlijnen’ niet omdat ze van Steiner zijn of omdat er dan ‘iets antroposofisch’ wordt gedaan. Mij geven die gezichtspunten van Steiner een mogelijkheid om met morele opvoeding bezig te zijn – dat staat helemaal los van Steiner en de antroposofie, maar zit regelrecht vast aan wat de wereld nodig heeft: meer moraliteit! Meer eerbied voor mens en wereld, hier dus mens en dier. En je hoeft maar om je heen te kijken om te zien dat de wereld dat meer dan ooit nodig heeft.
En daarom ben ik als leerkracht blij die mogelijkheid gekregen te hebben.’

Bron: Weblog Vrijeschool, Pedagogisch-didactische achtergronden, 25/04/2017

De mythe als instrument om antroposofie te onderwijzen

Een antroposofisch leraar legt uit  hoe kinderen in de antroposofische school worden onderwezen in antroposofie:

Een scheppingsverhaal uit India

‘Toen de tijd sliep in de schoot van de eeuwigheid, was de ruimte vervuld van duisternis, waarin het leven onbewust klopte. De zeven heersers waren de scheppers van de vorm uit het niets. Hun stralen doordrongen de oneindigheid en beroerden de kiem die in de duisternis sluimerde. De kiem bewoog en werd warmte en licht. En uit de kiem ontsprongen de krachten in de ruimte. De scheppers verzamelden de vurige stof en balden ze samen tot kogels van vuur. Ze bliezen de kogels het leven in en zetten ze in beweging in de ruimte. En de koude maakten ze warm en de droogte maakten ze vochtig. En de gloed maakten ze koel. Zo werkten de zeven scheppers van de ene schemering tot de andere. Toen daalden ze af naar de stralende aarde, om er mensen te zijn.’

Stel eens dat Steiner deze mythe zou hebben genoemd om te vertellen in de 5e klas.
Als ik zou willen aantonen dat ‘het geschiedenis volledig gebaseerd is op [Rudolf Steiner, nvdr.]…en ik zou jouw werkwijze volgen: ‘Ik ben dus op zoek gegaan in de overgeleverde teksten van Steiner .’ zou ik hier met een zeker gemak kunnen zeggen dat Steiner deze mythe wil, omdat daarin zijn visie op de ontwikkeling van mens en wereld, zoals beschreven in ‘De wetenschap van de geheimen der ziel’,  of zijn ‘Het Bijbels scheppingsverhaal‘ tot uitdrukking komt. Je weet meteen dat het in deze mythe gaat om ‘Gods geest die over de wateren zweefde, de donkere aardematerie bevruchtend waardoor er een scheiding ‘tussen de wateren’ ontstond: een herinnering aan het ooit in verschijning treden van ‘oude planetaire fasen’. En dat ‘ze=de 7 heersers/Rishi’s afdaalden naar de stralende aarde om er mensen te zijn’, zou ik makkelijk kunnen gebruiken om Steiners reïncarnatie-idee in de klas te introduceren.’

Pieter HA Witvliet, Is de vrijeschool een antroposofische school? (2)

Deze antroposofische leraar beweert dat in bovenstaande mythe – die veelvuldig gebruikt wordt in het antroposofisch onderwijs – Rudolf Steiners visie tot uitdrukking komt.

 

 

 

Antroposofische ontwikkelingspsychologie: ‘Grondgedachte is de recapitulatie-theorie van Haeckel’

[Eindrapportage project traditionele vernieuwingsscholen – Driebergen 1985, VPC, Hoofdstuk 111, waarvan 3.2, uit ‘Het binnenste buiten’]

… Een meer uitvoerige typering van de leeftijdsfasen die in de kinderontwikkeling te onderscheiden zijn, kan niet gemist worden om te verduidelijken hoe de leerstof als ontwikkelingsstof gepresenteerd kan worden. De keuze van de leerstof heeft dan ook een antropologische grondslag en wordt niet alleen bepaald door externe, maatschappelijke eisen. De grondgedachte is dat de — inmiddels voor de biologie achterhaalde [3] — recapitulatie-theorie van Haeckel geldigheid bezigt voor de psychologische ontwikkeling van het kind wiens bewustzijnsprocessen een korte herhaling te zien geven van de in de historie herkenbare bewustzijnsontwikkeling van de mensheid [4]

De leerstof wordt derhalve geput uit het algemene cultuurgoed van de mensheid. Daarmede wordt — met C. Vervoort …Lees meer »

De werking van het vertellen in de onderbouw – vrijeschool/steinerpedagogie

[Artikel van Frans Lutters]

De wereldverhalen in de Vrije School als spiegeling van het leven tussen dood en nieuwe geboorte

De vertelstof en het leven tussen dood en nieuwe geboorte

Als klein kind verschijnt de mens op aarde. In de eerste zeven jaar van het nieuwe aardeleven staan groei en ontwikkeling, op basis van de lichamelijkheid, in de kinderbiografie centraal. De goedheid van ouders, peuter- en kleuterjuf werken mee om de baby, peuter en kleuter een gezonde ­lichamelijkheid te geven, die basis en uitgangspunt vormt voor het verdere leven.Lees meer »

100 jaar onderwijs in antroposofie: vrijeschool

Binnenkort is er ‘100 jaar vrijeschool’.

De vrijeschool bestaat uit volkomen onjuiste opvattingen die circuleren onder mensen die iets van of over de vrijeschool denken en menen te weten.

De vrijeschool propageert dat het ‘vrije’ niet slaat op ‘dat de kinderen mogen doen en laten waar ze zin in hebben’.

Waar slaat het ‘vrije’ dan wèl op?  Dat is vanwege de antroposofische geheimhouding noch voor burgers, noch voor de overheid duidelijk geworden.Lees meer »

We noemen een plant geen hogere steensoort

Deze ‘filosofische’ reactie werd door Pieter HA Witvliet op 11/09/2010 gegeven op evolutie.blog.com

De wereld, onze omgeving, is een gegeven: er zijn gesteenten, planten, dieren en mensen. De gesteenten, het stoffelijke, de materie, leeft niet. Planten daarentegen leven. Ze hebben de stoffelijkheid, de materie in zich, op basis waarvan zij leven. Zij kunnen niet zonder de materie.
Wij noemen echter een plant geen hogere steensoort.Lees meer »

Geschiedenis, aardrijkskunde, geologie

Pieter Ha Witvliet zegt op zijn blog vrijeschoolpedagogie.com in de rubriek ‘wegwijzers’ dat hij in het geschreven werk van de occultist Rudolf Steiner, maar ook in zijn opgetekende voordrachten vaak uitspraken vindt, die – enigszins los van hun verband – op zich een inhoud hebben waarover je lang kan nadenken. Een tijdlang zo’n zin regelmatig op je laten inwerken kan volgens antroposoof Witvliet tot gevolg hebben dat deze zin je in een bepaalde situatie plotseling invalt en dan een antwoord of een richting blijkt te geven voor waarmee je op dat ogenblik bezig bent.
Volgens de steineradept wijzen ze je een weg; misschien ‘de’ weg; en wijzen ze je weg van het alledaagse.

Hieronder voorbeelden van hoe kinderen weg worden gewezen van het alledaagse of de realiteit.Lees meer »