Heemkunde: paddenstoelen zijn planten en te vergelijken met zuigelingen

Recent door een antroposofisch leraar gepubliceerd op vrijeschoolpedagogie.com, maar oorspronkelijk komt deze pseudowetenschap uit het periodiek van de Geert Grooteschool Amsterdam.

Dat antroposofen krampachtig vasthouden aan de leer van hun leider, Rudolf Steiner, is een ding. Dat hun leraren met overheidsgeld Steiners achterhaalde ideeën bij kinderen inlepelen is iets anders.

‘De laagste plant is de paddenstoel, [1] deze bloeit immers niet, heeft geen wortels, stengel, groene bladeren, bloem, vrucht of zaad. De paddenstoel heeft wel veel water, aarde en schaduw nodig en groeit heel dicht bij de grond. De opening van de paddenstoel is naar de aarde gericht, niet naar de zon, in tegenstelling tot de bloei­ende plant. De fijne stof, die uit de hoed van de paddenstoel in de aarde valt, zorgt voor een netwerk van draden. Het stof is vrucht, bloem en stuifmeel tegelijk. We vinden paddenstoelen in alle kleuren, maar het zijn “kleuren van de aarde” en niet van de zon.

De geweldige uitbreiding die bij de boom boven de aarde plaatsvindt, blijft bij de paddenstoel in de grond. De paddenstoel vergelijken we met een zuigeling. Net als deze moet hij gevoed worden en heeft fijne voeding nodig. Beide gebruiken hun kracht om het voedsel te verteren en om te groeien, verder slapen ze.’