Geschiedenis, aardrijkskunde, geologie

Pieter Ha Witvliet zegt op zijn blog vrijeschoolpedagogie.com in de rubriek ‘wegwijzers’ dat hij in het geschreven werk van de occultist Rudolf Steiner, maar ook in zijn opgetekende voordrachten vaak uitspraken vindt, die – enigszins los van hun verband – op zich een inhoud hebben waarover je lang kan nadenken. Een tijdlang zo’n zin regelmatig op je laten inwerken kan volgens antroposoof Witvliet tot gevolg hebben dat deze zin je in een bepaalde situatie plotseling invalt en dan een antwoord of een richting blijkt te geven voor waarmee je op dat ogenblik bezig bent.
Volgens de steineradept wijzen ze je een weg; misschien ‘de’ weg; en wijzen ze je weg van het alledaagse.

Hieronder voorbeelden van hoe kinderen weg worden gewezen van het alledaagse of de realiteit.Lees meer »

Advertenties

‘Eerst hebben de kinderen de letters – de hoofdletters uit het Latijnse schrift – uit beelden leren kennen’

OVER HET EERSTE SCHRIJVEN EN LEZEN

[lrmgard Hürsch  Erziehungskunst  jrg 25 5 1961]

De auteur vraagt zich af waarom erop de vrijeschool altijd weer op gewezen wordt dat het schrijven voor het lezen aan de kinderen aangeleerd zou moeten worden, wanneer we hen gezond willen ontwikkelen. Ze beroept zich zoals alle antroposofen op Herr Doktor Steiner: ‘Lezen hangt uitdrukkelijk met begrippen samen. Vandaar dat je het als het tweede, niet als het eerste moet ontwikkelen, want anders brengt je het kind veel te vroeg in een soort eenzijdige ontwikkeling van het hoofd, i.p.v. in een ontwikkeling van de totale mens.’ (R.Steiner)

Hürsch komt dan met de bekende antroposofische mantra: ‘Wanneer wij deze aanwijzing ter harte nemen, doen wij precies het tegenovergestelde van wat de meeste andere scholen gewoonlijk doen. Namelijk met het lezen beginnen, wat in de praktijk tot op zekere hoogte erg goede resultaten oplevert. De kinderen [op reguliere scholen, red] leren in het algemeen vroeger en sneller lezen en schrijven dan de onze. Maar wanneer je zo’n aanwijzing volgt en daarmee in de klas werkt, kan je in de praktijk in sterkere mate ervaren hoe reëel , hoe levensecht en van de ontwikkeling van het kind afgelezen de aanwijzingen van Rudolf Steiner zijn. En wat voor opvoedingsmogelijkheden ze ons geven.’

Dan volgt een belangrijke stelling van Hürsch: ‘Eerst hebben de kinderen de letters – de hoofdletters uit het Latijnse schrift – uit beelden leren kennen.’

Meer over de antroposofische leesdidactiek op www.steinerscholen.com

 

Geschiedenis volgens de antroposofische didactiek in minder dan 20 zinnen

[Deze ‘cursus’ geschiedenis in de antroposofische school plaatste Pieter HA Witvliet onder de schuilnaam Joost Alfrik op 09/01/2011 op Steinerscholen.com]

Ik wil hier een beknopte cursus “geschiedenis op de Waldorfschool geven”, dat heb ik als onderbouwleraar, tijdens mijn ruim 40-jarig leraarschap, vele malen gedaan. De geschiedenisperioden in 5, 6 en 7 heb ik regelmatig gegeven. Ik weet dus waarover ik spreek.

Al in de klassen 3 en 4 komen, m.n. bij de vakken heemkunde en aardrijkskunde historische (dus op basis van geschreven bronnen) gebeurtenissen aan de orde.Lees meer »

7 poorten – de zintuigen – naar de buitenwereld

[Fragment uit een artikel van N.Amons-Smink, Geert Grooteschool, oktober 1974]

In de 3e klas hebben de kinderen het verhaal van de schepping van de mens gehoord: “en God schiep de mens naar Zijn beeld, naar het beeld Gods schiep Hij hen, man en vrouw schiep Hij hen.”
Nu, in de 4e klas, gaan we samen kijken naar dat beeld Gods, we proberen achter de geheimen te komen, die de mens en de dieren ons te vertellen hebben over zichzelf.

Lees meer »

Vrijeschoolliederen: ‘Een kindje in de aarde poten’

Deze creatie, ‘Koolraapje’, aangeleverd door Pieter HA Witvliet en gepubliceerd op vrijeschoolliederen.nl onder zijn eigen naam.

Het liedje gaat over een kindje, koolraapje, dat opa moet ‘poten’. Daarvoor moet het ineengedoken zitten. Wanneer het koolraapje groeit, begint opa aan de knol te trekken. Opa roept de hulp in van zijn trawanten en die trekken ook aan het kind, waarna Koolraapje opgepeuzeld wordt.

Hoe treffend.

Filosofie van de ‘bovenste plank’: ‘Niet objectief stoffelijk; niet subjectief onstoffelijk, maar objectief onstoffelijk’

[Deze tekst is op 15/5/2011 door Pieter Hugo Adriaan Witvliet onder de schuilnaam Joost Alfrik gepubliceerd op LinkedIn – Vrije School Alumni]

‘Als “ervaring” is, dat wat in mijn aandachtsveld komt, dan is de ervaring een waarneming en als zodanig afhankelijk van de plaats (Australië of hier) en van de kwaliteit (voel ik de straling of niet) van de 5 zintuigen. Maar dan heb ik het over het waarnemen van de wereld die ons gegeven is; de ons omringende fysieke wereld. (ik noem deze: objectieve, stoffelijke wereld)
Maar als ik liefde/haat; sympathie/antipathie; lust/onlust ervaar, is dat een waarneming van mijn eigen gevoel; voor mij een werkelijkheid. En hoewel ik me kan inleven, meebeleven, invoelen in de gevoelsstemming van de ander, zal zijn/haar gevoelsleven voor mij geen ervaarbare werkelijkheid zijn.(Deze binnenwereld(en) noem ik: subjectieve onstoffelijke wereld)
Doordat met de waarneming van een werelds object niet tegelijkertijd de daarbij behorende begripsinhoud wordt waargenomen; dus de ervaring is er, de werkelijkheid nog niet, vind ik deze d.m.v. mijn denken. In mijn voorbeeld eerder gegeven: de wetten, het wezen van de bloemen blijven buiten mij. Deze zijn door mij, maar ook door ieder ander vrijwel identiek te ervaren. En daarmee ervaar ik een werkelijkheid die niet objectief stoffelijk; niet subjectief onstoffelijk, maar objectief onstoffelijk is.

Steiners ‘universele werkelijkheid’

[Deze tekst publiceerde Pieter Hugo Adriaan Witvliet op 16/12/2015 anoniem op een weblog]

Witvliet maakt zich druk en kan het zoals gewoonlijk niet laten zijn promopraatje over Rudolf Steiner en de antroposofische pseudowetenschap te doen. Volgens Witvliet is ‘het zo gemakkelijk om maar te roepen ‘achterhaald’, maar wat Steiner begin 1900 over de menselijke ontwikkeling publiceerde en in voordrachten besprak, geldt vandaag de dag nog even reëel als toen, omdat hij bijna universele werkelijkheid beschrijft’.

Het probleem met steineradepten zoals Witvliet is dat ze zo aan Rudolf Steiner verknocht zijn dat ze menen overal de ideeën van deze pseudowetenschapper terug te zien.