Rekenen in beweging

Pieter Witvliet, co-auteur van een standaardwerk over rekendidactiek in de antroposofische school (Rekenen in beweging) en beheerder van vrijeschoolpedagogie.com, een website met tips voor leraren, geeft een voorbeeld van rekenen (maar ook schrijven) in de antroposofische school.

rekenen in beweging

Advertenties

De mythe als instrument om antroposofie te onderwijzen

Een antroposofisch leraar legt uit  hoe kinderen in de antroposofische school worden onderwezen in antroposofie:

Een scheppingsverhaal uit India

‘Toen de tijd sliep in de schoot van de eeuwigheid, was de ruimte vervuld van duisternis, waarin het leven onbewust klopte. De zeven heersers waren de scheppers van de vorm uit het niets. Hun stralen doordrongen de oneindigheid en beroerden de kiem die in de duisternis sluimerde. De kiem bewoog en werd warmte en licht. En uit de kiem ontsprongen de krachten in de ruimte. De scheppers verzamelden de vurige stof en balden ze samen tot kogels van vuur. Ze bliezen de kogels het leven in en zetten ze in beweging in de ruimte. En de koude maakten ze warm en de droogte maakten ze vochtig. En de gloed maakten ze koel. Zo werkten de zeven scheppers van de ene schemering tot de andere. Toen daalden ze af naar de stralende aarde, om er mensen te zijn.’

Stel eens dat Steiner deze mythe zou hebben genoemd om te vertellen in de 5e klas.
Als ik zou willen aantonen dat ‘het geschiedenis volledig gebaseerd is op [Rudolf Steiner, nvdr.]…en ik zou jouw werkwijze volgen: ‘Ik ben dus op zoek gegaan in de overgeleverde teksten van Steiner .’ zou ik hier met een zeker gemak kunnen zeggen dat Steiner deze mythe wil, omdat daarin zijn visie op de ontwikkeling van mens en wereld, zoals beschreven in ‘De wetenschap van de geheimen der ziel’,  of zijn ‘Het Bijbels scheppingsverhaal‘ tot uitdrukking komt. Je weet meteen dat het in deze mythe gaat om ‘Gods geest die over de wateren zweefde, de donkere aardematerie bevruchtend waardoor er een scheiding ‘tussen de wateren’ ontstond: een herinnering aan het ooit in verschijning treden van ‘oude planetaire fasen’. En dat ‘ze=de 7 heersers/Rishi’s afdaalden naar de stralende aarde om er mensen te zijn’, zou ik makkelijk kunnen gebruiken om Steiners reïncarnatie-idee in de klas te introduceren.’

Pieter HA Witvliet, Is de vrijeschool een antroposofische school? (2)

Deze antroposofische leraar beweert dat in bovenstaande mythe – die veelvuldig gebruikt wordt in het antroposofisch onderwijs – Rudolf Steiners visie tot uitdrukking komt.

 

 

 

Geschiedenis volgens de antroposofische didactiek in minder dan 20 zinnen

[Deze ‘cursus’ geschiedenis in de antroposofische school plaatste Pieter HA Witvliet onder de schuilnaam Joost Alfrik op 09/01/2011 op Steinerscholen.com]

Ik wil hier een beknopte cursus “geschiedenis op de Waldorfschool geven”, dat heb ik als onderbouwleraar, tijdens mijn ruim 40-jarig leraarschap, vele malen gedaan. De geschiedenisperioden in 5, 6 en 7 heb ik regelmatig gegeven. Ik weet dus waarover ik spreek.

Al in de klassen 3 en 4 komen, m.n. bij de vakken heemkunde en aardrijkskunde historische (dus op basis van geschreven bronnen) gebeurtenissen aan de orde.Lees meer »

Filosofie van de ‘bovenste plank’: ‘Niet objectief stoffelijk; niet subjectief onstoffelijk, maar objectief onstoffelijk’

[Deze tekst is op 15/5/2011 door Pieter Hugo Adriaan Witvliet onder de schuilnaam Joost Alfrik gepubliceerd op LinkedIn – Vrije School Alumni]

‘Als “ervaring” is, dat wat in mijn aandachtsveld komt, dan is de ervaring een waarneming en als zodanig afhankelijk van de plaats (Australië of hier) en van de kwaliteit (voel ik de straling of niet) van de 5 zintuigen. Maar dan heb ik het over het waarnemen van de wereld die ons gegeven is; de ons omringende fysieke wereld. (ik noem deze: objectieve, stoffelijke wereld)
Maar als ik liefde/haat; sympathie/antipathie; lust/onlust ervaar, is dat een waarneming van mijn eigen gevoel; voor mij een werkelijkheid. En hoewel ik me kan inleven, meebeleven, invoelen in de gevoelsstemming van de ander, zal zijn/haar gevoelsleven voor mij geen ervaarbare werkelijkheid zijn.(Deze binnenwereld(en) noem ik: subjectieve onstoffelijke wereld)
Doordat met de waarneming van een werelds object niet tegelijkertijd de daarbij behorende begripsinhoud wordt waargenomen; dus de ervaring is er, de werkelijkheid nog niet, vind ik deze d.m.v. mijn denken. In mijn voorbeeld eerder gegeven: de wetten, het wezen van de bloemen blijven buiten mij. Deze zijn door mij, maar ook door ieder ander vrijwel identiek te ervaren. En daarmee ervaar ik een werkelijkheid die niet objectief stoffelijk; niet subjectief onstoffelijk, maar objectief onstoffelijk is.

‘Als een kind wordt geboren, neemt het een lichaam aan’ (determinisme)

[Fragment uit artikel van Annet Schukking, Geert Grooteschool Amsterdam, juni 1976]

Vrijheid, zoals deze tot uitdrukking komt in de naam “vrije”school die heeft niets te maken  met willekeur of flierefluiterij, zoals wel eens wordt verondersteld.

Maar wel alles met een gezonde ontwikkeling van het geestelijk-culturele leven. Vrijheid hangt samen met mens-zijn.
Het dier kent geen vrijheid – zijn doen en laten worden bepaald door instincten en driften; Mensen kunnen ook als dieren gaan leven, of als automaten – iedereen heeft daar wel neiging toe, het is gemakkelijk. Maar, het is niet “menselijk”..

Lees meer »