Moraliteit

Pieter Witvliet: ‘Als ik kijk naar wat er in de wereld gebeurt, dan hebben we als mensheid een veel grotere moraliteit nodig.
Ik volg ‘de richtlijnen’ niet omdat ze van Steiner zijn of omdat er dan ‘iets antroposofisch’ wordt gedaan. Mij geven die gezichtspunten van Steiner een mogelijkheid om met morele opvoeding bezig te zijn – dat staat helemaal los van Steiner en de antroposofie, maar zit regelrecht vast aan wat de wereld nodig heeft: meer moraliteit! Meer eerbied voor mens en wereld, hier dus mens en dier. En je hoeft maar om je heen te kijken om te zien dat de wereld dat meer dan ooit nodig heeft.
En daarom ben ik als leerkracht blij die mogelijkheid gekregen te hebben.’

Bron: Weblog Vrijeschool, Pedagogisch-didactische achtergronden, 25/04/2017

Advertenties

Rekenen in beweging

Pieter Witvliet, co-auteur van een standaardwerk over rekendidactiek in de antroposofische school (Rekenen in beweging) en beheerder van vrijeschoolpedagogie.com, een website met tips voor leraren, geeft een voorbeeld van rekenen (maar ook schrijven) in de antroposofische school.

rekenen in beweging

Filosofie van de ‘bovenste plank’: ‘Niet objectief stoffelijk; niet subjectief onstoffelijk, maar objectief onstoffelijk’

[Deze tekst is op 15/5/2011 door Pieter Hugo Adriaan Witvliet onder de schuilnaam Joost Alfrik gepubliceerd op LinkedIn – Vrije School Alumni]

‘Als “ervaring” is, dat wat in mijn aandachtsveld komt, dan is de ervaring een waarneming en als zodanig afhankelijk van de plaats (Australië of hier) en van de kwaliteit (voel ik de straling of niet) van de 5 zintuigen. Maar dan heb ik het over het waarnemen van de wereld die ons gegeven is; de ons omringende fysieke wereld. (ik noem deze: objectieve, stoffelijke wereld)
Maar als ik liefde/haat; sympathie/antipathie; lust/onlust ervaar, is dat een waarneming van mijn eigen gevoel; voor mij een werkelijkheid. En hoewel ik me kan inleven, meebeleven, invoelen in de gevoelsstemming van de ander, zal zijn/haar gevoelsleven voor mij geen ervaarbare werkelijkheid zijn.(Deze binnenwereld(en) noem ik: subjectieve onstoffelijke wereld)
Doordat met de waarneming van een werelds object niet tegelijkertijd de daarbij behorende begripsinhoud wordt waargenomen; dus de ervaring is er, de werkelijkheid nog niet, vind ik deze d.m.v. mijn denken. In mijn voorbeeld eerder gegeven: de wetten, het wezen van de bloemen blijven buiten mij. Deze zijn door mij, maar ook door ieder ander vrijwel identiek te ervaren. En daarmee ervaar ik een werkelijkheid die niet objectief stoffelijk; niet subjectief onstoffelijk, maar objectief onstoffelijk is.

Ruziemaken hoort erbij

[Deze tekst is op 16/12/2015 door Pieter Hugo Adriaan Witvliet anoniem gepubliceerd op een weblog]

Het zal u niet verbazen dat het op een schoolplein tussen de kinderen niet altijd koek en ei is. Er wordt gespeeld, maar er wordt ook ruzie gemaakt. Dat hoort simpelweg bij het groot worden.
Sommige kinderen gedragen zich sociaal; andere veel minder. De laatsten hebben het wel eens moeilijk zich te schikken in een groter geheel. Dat willen ze vaak wel, maar op de een of andere manier lukt het niet. Dan lopen ze weer boos weg.
Wat opvallend is, is dat ze de oorzaak of de aanleiding meestal niet bij zichzelf zoeken: het ligt altijd aan de anderen.
Nu hebben deze kinderen nog een heel leven voor zich om te leren naar zichzelf te kijken en naar de rol die ze in het sociale leven spelen.
Het gebeurde regelmatig dat zo’n kind, nadat hij eerst had mogen meespelen, het spel zo verknalde, dat hij werd buitengesloten. Dan liep het weg: kwaad en roepend dat het tòch een stom spelletje was.

Pieter HA Witvliet over pedofilie

[Deze reactie op het artikel ‘Ook misbruik in steinerscholen’ plaatste Pieter HA Witvliet op 24/11/2013]

Ik zeg overduidelijk dat ik de handelwijze van ex-collega’s, zoals ze hier verwoord worden – hartgrondig afwijs – ik neem het dus voor het slachtoffer op – wanneer hun verhalen waar zijn. Ik mag mijn twijfels hebben – ik heb daarvoor ook redenen gegeven. En ik heb meteen bij mijn twijfel nadrukkelijk mijn excuses aangeboden wanneer mijn twijfel onterecht is.
U loopt met uw vooroordelen wat te hard: collega’s zijn niet per definitie ‘vrienden’.
Maar zelfs als het vrienden waren – dan nog zou ik hun handelwijze in deze – er vanuitgaand dat hier de waarheid wordt gesproken – met de scherpste bewoordingen afwijzen.