Moraliteit

Pieter Witvliet: ‘Als ik kijk naar wat er in de wereld gebeurt, dan hebben we als mensheid een veel grotere moraliteit nodig.
Ik volg ‘de richtlijnen’ niet omdat ze van Steiner zijn of omdat er dan ‘iets antroposofisch’ wordt gedaan. Mij geven die gezichtspunten van Steiner een mogelijkheid om met morele opvoeding bezig te zijn – dat staat helemaal los van Steiner en de antroposofie, maar zit regelrecht vast aan wat de wereld nodig heeft: meer moraliteit! Meer eerbied voor mens en wereld, hier dus mens en dier. En je hoeft maar om je heen te kijken om te zien dat de wereld dat meer dan ooit nodig heeft.
En daarom ben ik als leerkracht blij die mogelijkheid gekregen te hebben.’

Bron: Weblog Vrijeschool, Pedagogisch-didactische achtergronden, 25/04/2017

Advertenties

Rudolf Steiners grondslagen voor het schoolonderricht: Lemurië, Atlantis, oude cultuurperioden, enzovoort…

Antroposofen zien geen aanwijzingen waaruit blijkt dat Steiner zijn doctrine in zijn schoolsysteem heeft gegoten. Zelfs niet wanneer Steiner zelf aangeeft dat zijn evolutieleer het schoolonderricht ten grondslag moet liggen.Lees meer »

‘Eerst hebben de kinderen de letters – de hoofdletters uit het Latijnse schrift – uit beelden leren kennen’

OVER HET EERSTE SCHRIJVEN EN LEZEN

[lrmgard Hürsch  Erziehungskunst  jrg 25 5 1961]

De auteur vraagt zich af waarom erop de vrijeschool altijd weer op gewezen wordt dat het schrijven voor het lezen aan de kinderen aangeleerd zou moeten worden, wanneer we hen gezond willen ontwikkelen. Ze beroept zich zoals alle antroposofen op Herr Doktor Steiner: ‘Lezen hangt uitdrukkelijk met begrippen samen. Vandaar dat je het als het tweede, niet als het eerste moet ontwikkelen, want anders brengt je het kind veel te vroeg in een soort eenzijdige ontwikkeling van het hoofd, i.p.v. in een ontwikkeling van de totale mens.’ (R.Steiner)

Hürsch komt dan met de bekende antroposofische mantra: ‘Wanneer wij deze aanwijzing ter harte nemen, doen wij precies het tegenovergestelde van wat de meeste andere scholen gewoonlijk doen. Namelijk met het lezen beginnen, wat in de praktijk tot op zekere hoogte erg goede resultaten oplevert. De kinderen [op reguliere scholen, red] leren in het algemeen vroeger en sneller lezen en schrijven dan de onze. Maar wanneer je zo’n aanwijzing volgt en daarmee in de klas werkt, kan je in de praktijk in sterkere mate ervaren hoe reëel , hoe levensecht en van de ontwikkeling van het kind afgelezen de aanwijzingen van Rudolf Steiner zijn. En wat voor opvoedingsmogelijkheden ze ons geven.’

Dan volgt een belangrijke stelling van Hürsch: ‘Eerst hebben de kinderen de letters – de hoofdletters uit het Latijnse schrift – uit beelden leren kennen.’

Meer over de antroposofische leesdidactiek op www.steinerscholen.com

 

‘Masterclass’ steinerpedagogie voor ouders op het Fok-forum [3]

[Dit is de derde uit een reeks lezingen die Pieter HA Witvliet onder de schuilnaam Vrijeschoolachtergrond op het Fok-forum gaf]

‘Laat die beelden lekker meegroeien gedurende de jaren’

Het is enig om met je kinderen over van alles en nog wat te bomen. Het is een gekke vergelijking, maar je praat er niet over wat het eten dat zojuist is opgegeten, nu in het lichaam allemaal aan het doen is – dat is in wezen ook niet zo belangrijk. Wel dat het ons kracht geeft, een vermogen om wat te doen.
En zo kun je tot de conclusie komen dat wanneer je aan een kind beelden geeft, zoals ze in de (getuigschrift)spreuk voorkomen, maar ook in de vertelstof, het beter is er geen uitleg aan te geven. Want het is altijd jouw uitleg en daarmee maak je een kind in wezen al onvrij. Laat die beelden lekker meegroeien gedurende de jaren, zodat ze voor ieder kind de kans krijgen iets specifieks voor hem/haar te betekenen

Pieter HA Witvliet, maandag 9 december 2013

‘Masterclass’ steinerpedagogie voor ouders op het Fok-forum [2]

[Dit is de tweede uit een reeks lezingen die Pieter HA Witvliet onder de schuilnaam Vrijeschoolachtergrond op het Fok-forum gaf]

 

Ik heb mijn leven lang met opvoedkundige ideeën van Steiner gewerkt – inzichten, zeg maar, die mij handvatten gaven om pedagogisch-didactisch bezig te zijn. Wanneer één van die ideeën is dat een kind naar zijn natuur een wezen is dat behoefte heeft aan beweging en je komt aan de behoefte tegemoet door bv. bij het aanleren van het rekenen veel beweging mogelijk te maken – het gevaar dat het te lang een groepsgebeuren kan blijven, ten koste van de individuele leerprestatie heb je genoemd – dan is dat een idee dat zeker niet achterhaald is, sterker dat gaat nog ‘eeuwen’ mee. En daarvan zitten er veel meer in het vrijeschoolonderwijs.

Pieter HA Witvliet, zondag 8 december 2013